Journalist & Historicus

Jongetjes in jurkjes: ooit doodnormaal

Untitled design (1)oo

Een vrolijk lachend kind zit op een tafeltje in een fotostudio. Het wordt vastgehouden door zijn ernstig kijkende moeder in zondagse dracht. Achter het jonge model staat een glimlachende vader in opknappersgoed. Zelf draagt het vrolijke kind een geruit jurkje met pofmouwtjes, een wit boezeltje en schoentjes met een klein hakje. Typisch een meisje, zou je denken. Maar niks is minder waar.

Maandenlang speurde ik naar een foto van een jongetje in rokken maar gaf het op toen de Urcker Kroniek over de klederdracht naar de drukker ging. Uit de literatuur weten we namelijk dat – net als op Marken, Staphorst, Volendam en Bunschoten-Spakenburg – Urker jongens na de geboorte in jurkjes werden gestoken.

Ook elders was het vroeger trouwens een bekend verschijnsel: jongens in rokken. Vanaf de 17de tot de 19e eeuw duurde het mede door de hoge kindersterfte even voordat jongetjes de broek aan kregen. Het toekennen van een uitgesproken identiteit via kleding werd uitgesteld, omdat veel kinderen de vroege kindertijd niet overleefden.

Tegenwoordig is de doopjurk het enige overblijfsel van deze oude gewoonte.

Marker jongetjes

Urkers wilden het in de vorige eeuw niet geloven: jongens in rokken – dat was iets Markers, niet Urkers. Maar volgens acteur en auteur Cruys Voorbergh was de 18de eeuwse kinderkleding van Urk ‘onafwijsbaar verwant’ met die van Marken. Toen tijdens zijn bezoek in de Jaren 30 een jongetje in de ‘150-jarige’ kinderkleding uit een erfenis werd gestoken, zei de Urker vader bits tegen zijn vrouw: ‘Je hebt ‘r een Marker van gemaakt…’

4e1ef89e9691fd4a856314f7ba7036ae
Marker jongetjes in rokken, foto Dolf Kruger (Collectie Nederlands Fotomuseum)

Klederdrachtkenner Herman Roza beschreef de Urker kinderdracht van begin 20ste eeuw in een uitgave van Spiegel der Historie (1968). Die bestond volgens hem voor meisjes èn jongens uit ‘lange jurkjes met pofmouwtjes, meestal vervaardigd van rode luuster’. Meisjes hadden als garnering witte puntjes op de mouwen en aan de onderzijde van de rok.

Boven het jurkje droegen zowel meisjes als jongens een ‘boezeltje’ – een soort schort. Het verschil in sekse zat in deze boezeltjes: jongetjes droegen een geruite versie tot hun middel, meisjes eentje met een bovenstuk over de schouders, dat van achter dicht ging. “In de 19de eeuw droegen de jongetjes zelfs blauw flanellen boezeltjes op een zwart rokje, ze hadden daarbij een soort rökkien aan, dit is een jasje,” aldus Roza.

Jongens en meisjes waren verder aan hun hoofddeksel te herkennen: jongens droegen een slaapkeppien: een wit gebreid slaapmutsje met een kwastje. Meisjes droegen een keppien mit kraoltjes dat met een bandje onder de kin sloot. Op zon- en feestdagen kregen ze soms een hulletje met zilveren ijzer op.

Aanzicht hamburg, urk serie 600 no56, aan de haven
Prentbriefkaart naar foto van gebroeders Hofmeister, Urk serie 600 (Particuliere collectie)

Waar is het bewijs?

De Urkers wilden het niet geloven, en dat is begrijpelijk. Zien is geloven, en waar was het visuele bewijs? Als er dan geen foto’s waren dan toch tenminste een prent of schilderij?

Kunstenaars hadden zeker wel oog voor Urker kinderen, bijvoorbeeld ‘kunstfotografen’ Theodor en Oscar Hofmeister uit Hamburg. De kids op bovenstaande prentbriefkaart zijn meisjes, aan het lange haar te zien. Maar bij de volgende afbeelding is dat al wat moeilijker te zeggen. Zou dat een jongetje kunnen zijn…?

Aanzicht hamburg, urk serie 600 no56

Klederdrachtonderzoek vereist een scherpe blik, al helemaal als je jezelf vastpint aan het beeld rok = meisje, broek = jongetje.

Terug naar de studiofoto. Het vrolijk lachende kind is Hendrik Kramer, geboren in 1909. Hendrik draagt de door Roza beschreven kinderkleding: een jurkje met boezeltje. Overigens zonder de door Roza genoemde jongens-kenmerken: het boezeltje stopt niet bij de middel en Hendrik draagt geen gebreid mutsje. Maar toch.

F02
Hendrik Kramer (1909 – 1975) met zijn vader Lubbertje Kramer en moeder Marretje Loosman (Collectie Vrienden van Urk)

Dat kindersterfte alles met genderneutrale kleding te maken had, wordt pijnlijk duidelijk uit de stamboom van Hendrik. Vóór hem werden twee jongetjes met dezelfde naam geboren, die beiden vroeg overleden. De tweede werd slechts tien en een halve maand voor de geboorte van Hendrik nr. 3 naar het kerkhof gebracht. Dit verklaart ook de ernstige blik van moeder, die haar lachende zoon angstvallig vasthoudt.

Ot en Sien-boezeltjes

Hoelang droeg Hendrik zijn jurkje en boezeltje? Volgens Roza liepen jongetjes meestal tot hun vierde in de rokken; anderen menen dat zodra ze zindelijk waren of konden lopen de broek aan kregen. Het Urker pakje leek sprekend op de volwassen outfit. Het enige verschil was dat de knopen op het rökkien van zilveren muntjes waren. Meisjes kregen vaak pas na hun vijfde een miniatuur vrouwenkostuum.

De jurkjes met boezeltjes waren niet bepaald authentiek: ze waren – met name voor meisjes – gangbare plattelandskleding. Denk bijvoorbeeld aan de ‘Ot en Stien’-kleding uit de nostalgische kinderboeken, met tekeningen van Cornelis Jetses. Waarom ze dan toch door kenners als Urker streekdracht werden beschouwd? Omdat er typisch Urker details aan werden toegevoegd: de hier gangbare stoffen en het keppien voor meisjes en gebreide muts voor jongetjes.

Slaapkeppien

Met Hendrik in gedachten keek ik met een nieuwe blik naar oude schoolfoto’s. Al snel bleek dat ik al die tijd iets over het hoofd had gezien. Bijvoorbeeld op deze foto.

Groepsfoto aan zee van onbekende maker (rond 1917)
Groep kinderen in kinderkleding, dracht en burger, maker onbekend (Collectie Vrienden van Urk)

Het is een prachtige opname van een grote groep kinderen op de Westhaven (op de achtergrond zie je de Zuiderzee), gemaakt rond 1917. Mijn oog viel nu pas op het kind links op schoot. Het draagt geen keppien, zoals de meeste kinderen, maar een wit gebreid mutsje – mogelijk het door Roza beschreven slaapkeppien. Waarschijnlijk een jongetje dus!

Untitled design (3)

Jongetjes in jurkjes: het zou me niks verbazen als we die de komende tijd vaker gaan tegenkomen…

1 reactie

  1. Maurizio Pacini

    Lucia’s zoveelste vergrootglas over de gebruiken en tradities van haar Urk! Dit keer over de traditionele kleding die in de afgelopen eeuwen speciaal voor jongens werd gemaakt. Een artikel vol suggestieve fotografische getuigenissen en citaten van experts. Interessant is het verband dat Lucia aanhaalt tussen de kindersterfte destijds en de kleding van de allerkleinsten. Goed gedaan!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

© 2026 Lucia de Vries

Rebuild by WebtailBoven ↑