Lucia de Vries

Journalist & Historicus

De (doden)akker van mijn DNA

De akker van mijn DNA. Zo zie ik de begraafplaats bij het Kerkje aan de Zee nadat ik ontdekte dat mijn voorouders hier al eeuwenlang te ruste worden gelegd. Eerst in graven in de kerk, daarna op het kerkhof. Een plek met een persoonlijke voorgeschiedenis dus.

Voor de eerste schriftelijke bron over Urker graven moeten we terug naar 1559. In dat jaar treft de Kamper burgemeester Arent toe Boecop, getrouwd met ‘joffer’ Lubbe van Urck, tijdens een bezoek aan het eiland ‘stenen dooitvaten’ aan:

“Wairomme dye van Urrick stenen dooitvaten hadden, wairin sye dye mynssche begrouen , ende dair sware serricken boue op lygghen , dye nw hyer in Campen ende ouerall voir waterbacken worden ghebruicket… Soe als ick dair was, hebbe ick dair inder eerde op kerrick hoff noch 5 sullicke stenen dooitvaten inder eerde myt een ysseren ketten an melcanderen vaste ghemaket syen staen.”

Dat was voordat ‘Espelo’ door rampvloeden onder water verdween. Op de Bult werd een nieuwe kerk gebouwd, die in 1714 instortte. Het huidige kerkje is in 1786 op dezelfde plek neergezet, met steun van de Stad Amsterdam, de toenmalige eigenaar. Op de gedenksteen boven de ingang is naast een viertal wapens ook een graflamp te vinden. Dit laatste verwijst naar de functie van de kerk en het hof als begraafplaats.

De gedenksteen boven de ingang van het kerkje met rechts de graflamp (Wikicommons)

Hoewel het begraven in de kerk vanaf 1829 verboden was, ging ook tijdens de bouw het bijzetten onder de vloer gewoon door. Maar vanaf 1787 werd het kerkhof toch echt in gebruik genomen.  

In de kerk bevinden zich volgens het gravenregister van 1755 in totaal 42 graven. Daar, onder de kerkvloer, zijn mijn vroege DNA-sporen te vinden. Al in 1630 worden hier voorouders geboren, en – niet gedocumenteerd maar wel waarschijnlijk– later ook begraven. Volgens het register van 1755 ligt in kerkgraf 26 voormoeder Marretien Gerritsd (rond 1690 – 1766); in graf 34 rust voorvader Willem Jansz (rond 1690 – 1756). Graf 25 is dat van kerkmeester en burgemeester Jan Snoek, beter bekend als Jan de Oude (Kuinre, rond 1638 – Urk, 1761). En voorvader Dove Klaas rust sinds 1761 in graf 5. In 1801 werd Lijsebeth Koot daarin bijgezet. En zo gaat het maar door. In vrijwel alle 42 graven zijn voorouders te vinden, een duizelingwekkend gegeven!

Graf 8 bijvoorbeeld is dat van Jan Snoek, waarin op 29 augustus 1772 mijn voorouder Rijckend Jochemsz wordt bijgezet. Hij was geboren in Vollenhove en hier getrouwd met Bregje Jans Snoek, dochter van de eigenaar van het graf. Rijckend was de derde en de laatste die in de grafkelder een plek kreeg, ondanks het feit dat hij na het overlijden van Bregje met de Friese Femmetje Jans was getrouwd. Sterker nog, ook Femmetje wordt na haar overlijden ‘op het nieuwe kerkhof buiten de kerk, graf 008’ begraven. De nummering van de graven werd in eerste instantie op het kerkhof gekopieerd.

Rijckend en Femmetje’s nazaten kwamen dus op het kerkhof te liggen. De eerste graven zullen met houten kruizen zijn gemarkeerd. Geen enkele heeft de tand des tijds doorstaan.

De oudste steen op het kerkhof, die van Jacob Asma (staand)

De oudste steen is die van Jacob Asma, visser, koopman, winkelier en gemeenteraadslid, overleden op 17 augustus 1856. Het is een eenvoudige, smalle, grijze hardsteen, onlangs bijgeverfd door vrijwilliger Wouter Kramer. Het is toevallig een ver familielid, deze Asma. Zijn dochter Jannetje Asma (1847 – 1925) is mijn over-, over-, overgrootmoeder.

Jannetje Asma, aanzegster, mijn over-, over-, overgrootmoeder (familie archief)

Jannetje’s eerste man Klaas Romkes bleef samen met hun 12-jarige zoon Albert op zee.

“Op 6.5.1883 is bij Duivendijke gevonden het stoffelijk overschot ‘van een persoon van het mannelijk geslacht, naar gissing 12 à 15 jaren, vermoedelijk visscher …. hetzelve was gekleed in een rood baaie hemd gemerkt A.K.R.; een gordeltje met twee blauwe kussens opzijde; een diemette borstrok; een wit katoenen voering en witte knoopen; baaie borstrok; een zwart bombazijne jekker en een beursje met vier en twintig en een halve cent.”  – Proces verbaal behorende bij de overlijdensakte

De lichamen van vader en zoon zijn niet teruggevonden. Hun namen staan vermeld op het Vissersmonument.

Jannetje Asma kreeg op 12 april 1888 toestemming om een nieuw huwelijk aan te gaan, met Albert van Urk, op grond van rechtsvermoeden van overlijden van haar eerste man. Zij werkte toen waarschijnlijk al als doden-aanzegster, een beroep dat wel meer weduwvrouwen ambieerden.

Opoe Pietertje de Groot liep als dienstmeisje in de Urker dracht (familie archief)

Welke familielijn ik ook volg, ze kruisen elkaar vrijwel altijd hier, op dit kerkhof. Een uitzondering is de vaderlijn van opoe Pietertje de Groot. Zij stamde af van Teunis Jansz en Albertje Willems van Schokland.  Haar opa Theunis, visserman, trouwde met de Urkse Marretje de Boer en verdronk na de geboorte van zoon Pieter in de Noordzee. Ook zijn naam is op het Vissersmonument te vinden.

Een andere lijn leidt naar de Schokker Geertje Jan Ham (1833 – 1911) en haar Genemuider echtgenoot Albert Lucas Brouwer (1835 – 1872). Zij vestigden zich op Urk en zijn daarmee de stamouders van deze tak van de Urker Brouwers.

Uiteraard zijn niet al mijn voorouders Urkers. Dankzij gedegen genealogisch onderzoek door Henk Brouwer van de Werkgroep Genealogie weet ik dat ik ook Fries, Utrechts, Overijssels en zelfs Duits bloed heb, hoewel sterk verdund. Severinus Cantor (1681-1710), de tweede predikant van Urk, is een voorbeeld van een ver familielid, begraven vanuit het Oudemannenhuis in Amsterdam.

Graag zit ik op het enige bankje dat het kerkhof rijk is, rechts naast de ingang. Ik verwonder me daar over deze veelheid aan Urker DNA. Hoe verhoud ik mij daartoe, als ik me soms een buitenbeentje voel? Hoe voeg ik mij in deze eindeloze rij vissers, winkeliers, aanzegsters, dienstmeisjes, weduwvrouwen?

Vanaf het bankje kan ik het hele kerkhof overzien. Links zie ik mijn grootouders liggen, rechts mijn overgrootouders. Verderop, richting zee, liggen eerdere voorzaten. In het kerkje, onder de vloer, de zeventiende- en achttiende-eeuwers. In het water, ergens achter het Vissersmonument, wellicht wat resten DNA van zestiende-eeuwse voorouders, die van de ‘stenen dooitvaten’.

Als ik van het jongste familiegraf in het oosten naar het oudste in het westen loop, wandel ik in het ritme van de zon. Net als wij mensen gaat ze op, blinkt en verzinkt, hier op deze plek in het IJsselmeer, dat sprankelt tussen de huizen door.

Een mysterieus hulletje

De Zwolse verzamelaar Hans Davidson kocht een aantal jaren geleden een oorijzer met hulletje voor vijf euro op een tweedehands markt. Hij zag meteen dat het om een zeldzaam exemplaar ging: het oorijzer was namelijk niet van zilver maar van onedel metaal gemaakt. En dat is onder verzamelaars iets bijzonders.

Lees verder

Op zoek naar Thomas van Aquino #3

Het bezoek aan pater Wijbe Fransen heeft Lucia veel geleerd. Relieken waren ook in de Zwolse Dominicanenkerk gemeengoed. Tijdens heiligendagen werd over het leven en werk van heiligen gepreekt en kregen kerkgangers de gelegenheid om hun relikwie te kussen. Thomas van Aquino werd in eerste instantie op zijn sterfdag, 7 maart, geëerd, maar tegenwoordig gebeurt dat op zijn geboortedag 27 januari. Lucia vervolgt haar zoektocht naar zijn reliek.

Lees verder

Op zoek naar Thomas van Aquino #1

Deze serie werd eerder gepubliceerd in het Presenteerblad, jaargang 47, nr 20-233

“Een reliek (schedel) van Thomas maakt een rondgang door Nederland. Vanuit Keulen komt het reliek naar Zwolle om daarna verder te reizen naar Heiloo en Antwerpen.” Een zin uit een email in mijn inbox in de periode dat ik als vervangend programmamaker bij de Dominicanen werkte.

Lees verder

Een helpende hand bij tbc

Dit artikel hoort bij ‘De Pleuris op Urk’, eerder gepubliceerd in Het Urkerland van 21 december 2023. 

Het Witte (later Groene) Kruis en ‘dameskranzen’ streden op Urk onvermoeibaar tegen Tuberculose. In 1914 deed de kruisvereniging haar best om een ‘lighal’ voor tbc-lijders te realiseren. Dameskrans ‘Voor Armen Werken is Ons Doel’ beloofde te zorgen voor de noodzakelijke ‘versterkende middelen’.

Lees verder

De pleuris op Urk

Dit artikel over de ervaringen van tbc-patienten werd gepubliceerd in Het Urkerland van 21 december 2023. Eerder schreef ik over het dagboek van Joeks Gerssen, die tijdens de oorlog eerst thuis en later in Harderwijk moest kuren.

Isolatie, sinds corona weten we er alles van. In de vorige eeuw was er een soortgelijke ziekte, ook verspreid via geïnfecteerde druppeltjes, die het leven van mensen op de kop zette: Tuberculose, in de volksmond bekend als de tering of de pleuris. Veel Urkers zaten door tbc maanden of zelfs jaren in isolatie.

Lees verder
« Oudere berichten

© 2026 Lucia de Vries

Rebuild by WebtailBoven ↑