Eeuwenlang werden ze zorgvuldig van moeder op dochter overgedragen, de skappeleurtjes. Geen wonder dat je ook nu nog op Urk makkelijker een persoon zonder bijnaam kan vinden dan knippatronen voor een Urker pak.
Ze was de enige die wist hoe ze op het oog de zesentwintig patroondelen van een stoere Urker mannenbroek moest uitknippen: Hendrikje Post – Barends (1860-1958), beter bekend als Indrekien de Knipster. Maar liefst 97 jaar oud werd ze, en tot op zeer hoge leeftijd bukte ze zich – het lange haar weggestopt onder een ondermuts – boven lange lappen stof, die ze op onnavolgbare wijze uitknipte. Geen klant die er wijs uit kon worden. Maar als ze zich oprichtte lagen er zesentwintig lappen en lapjes, die – zo konden de naaisters bevestigen – altijd klopten. Hendrikje was toen al jaren aan één oog blind.

De manier waarop ze dure stof op een zeer economische manier uitknipte was een zorgvuldig bewaard familiegeheim, overgedragen van moeder op dochter. Maar met Hendrikje was er een probleem: zij had geen dochters. Ze piekerde er niet over om haar methode te delen met een buitenstaander. Dat zou afbreuk doen aan de reputatie van haar familie, die de traditie al zolang bewaakte. De perfecte manier om een mannenbroek te knippen verdween met Hendrikje in haar graf.




Hendrikje wordt op 95-jarige leeftijd gefotografeerd als ze op het voorstraatje van collega Sijtje Woort-Westerneng een mannenbroek knipt (bron onbekend)
Reputatie was niet de enige reden waarom Hendrikje haar skappeleurtjes weigerde te delen: zij moest er van leven nadat haar man Albert Post op 35-jarige leeftijd overleed. In een tijd waarin je als weduwe er alleen voorstond, waren zij en haar drie zoons afhankelijk van het goed bewaarde familiegeheim.
Eeuwenoud patroon
Het is een eeuwenoud patroon: wie Urker goed wil maken moet eerst op zoek naar iemand die skappeleurtjes wil delen. Niet voor niets luidt een bekende uitdrukking ‘Daor moet ik ’n skappeleur van eawen’. Overigens met een nogal spottende betekenis, want de uitdrukking wordt vooral gebruikt voor iemand die men lelijk vindt.
Eewenlang vond het knippen en naaien van Urker goed òf in familieverband plaats, òf werd uitbesteed aan een knipster en/of naaister. In het eerste geval werd gebruik gemaakt van skappeleurtjes die na gebruik zorgvuldig werden opgerold of opgevouwen en in de kesse, de kledingkast, opgeborgen. De naaimethode werd uitsluitend mondeling overgedragen.

Hoewel de meeste vrouwen zelf het naaiwerk deden, gaven ze er vooral bij het knippen van dure stoffen de voorkeur aan om dit door een professional te laten doen. Een van Hendrikje’s opvolgers was knipster en naaister Jannetje Snijder (1903 – 1995). Zij stond erom bekend dat ze de kledingstukken in één week afrondde. Op maandag werden de patroondelen geknipt; op vrijdag werden de knoopsgaten afgewerkt. Andere opvolgsters waren Sijtje Woort-Westerneng (1903-1995) en Riemde Weerstand-Korf (1915 – 2011).
Ook de opvolgsters deden veel uit het hoofd. Riemde had wél skappeleurs voor het mannenbaadje, geknipt uit pakpapier of kranten. Ze voorzag deze van aantekeningen om ze passend te maken voor bepaalde klanten. Dat blijkt uit de korte notities die Riemde op de hoeken van haar skappeleurtjes achterliet.

Op een patroon van het gestreept jasje schrijft ze in een hoekje ‘Luut Gerrit Bakker zoomje wijder’. In een ander hoekje is te lezen ‘Teunis v Mab schouder iets br.’ Dankzij deze aanwijzingen kregen haar vaste klanten gegarandeerd een baodjen op maat.



Riemde’s patronen uit rond 1980 (foto auteur)
Riemde en Sijtje deelden hun skappeleurtjes toen Stichting Buurthuis in 1985 een cursus Urker Kinderkleding organiseerde. In het speciaal uitgegeven boekje zijn Riemde’s patroontekeningen voor het jongenspakje en Sijtje’s tekeningen voor het meisjespakje te vinden (beschikbaar gesteld door haar dochter Mine Kramer-Woort). In het boekje staan ook zeer beknopte naaibeschrijvingen – genoteerd door Dinie Koffeman. Voor het eerst werd vanuit verschillende familietradities een gemeenschappelijke methode geformuleerd.
Riemde droeg haar vakkennis op tijd over aan Bettie Weerstand (1956), nog altijd een drijvende kracht achter Urkerdag en de Klederdrachtgroep en een zeer actief naaister. Sijtje’s vakkennis leeft voort in dochter Mine.
Familiepatronen
Toen wij in het voorjaar van 2025 als werkgroep Maakboek Urker Goed begonnen met het verzamelen van patronen en naaibeschrijvingen, realiseerden we ons al snel dat we het wiel opnieuw moesten uitvinden. Het maakproces van de volwassen dracht is nooit gedocumenteerd. Er bestaan geen naaibeschrijvingen; de knippatronen zijn privé eigendom en moeten voor algemeen gebruik ingrijpend worden aangepast.
Sinds de opleving van het Urker goed als gelegenheidsdracht, worden de pakken in toenemende mate op naaicursussen gemaakt. De docenten – ervaren naaisters en costumières – knippen de onderdelen op maat voor; de deelnemers nemen de patronen dus niet mee naar huis. Begrijpelijk, want de docenten moeten er vaak – net als Hendrikje – van leven.

Hoewel naar schatting enkele duizenden Urkers een pak op de plank hebben liggen, is het gebrek aan knippatronen nog net zo urgent als in de tijd van Hendrikje.
Daar komt nu voor het eerst in de geschiedenis van de Urker dracht verandering in. De meeste naaidocenten zijn er blij mee. Zij realiseren zich dat na de publicatie van een Maakboek het aantal cursisten niet zal afnemen. Alleen ervaren naaisters zijn in staat aan de hand van patronen en beschrijvingen zelfstandig een eigen pak te naaien. Bovendien is er sprake van een veelvoud aan technieken: naast naaien moet er ook gehaakt en geborduurd worden.
Wie straks een skappeleurtje nodig heeft, hoeft niet langer te bedelen. In het Maakboek zijn professionele naaibeschrijvingen, heldere foto’s en tekeningen te vinden. Voor de moeilijke kledingstukken wordt zelfs een filmpje gemaakt. Patronen kunnen via een QR code worden gedownload en uitgeprint. Dus ook de zesentwintig patroondelen van de mannenbroek.
Het is maar goed dat Hendrikje dat niet meer hoeft mee te maken.
Meer weten over de geschiedenis van de Urker dracht? Klik hier.
Uitgelichte foto: ingekleurde foto van Urker gezin, N.J. Boon, Les costumes hollandaise (Amsterdam ca.1905)
Geef een reactie