Dit artikel hoort bij ‘De Pleuris op Urk’, eerder gepubliceerd in Het Urkerland van 21 december 2023. 

Het Witte (later Groene) Kruis en ‘dameskranzen’ streden op Urk onvermoeibaar tegen Tuberculose. In 1914 deed de kruisvereniging haar best om een ‘lighal’ voor tbc-lijders te realiseren. Dameskrans ‘Voor Armen Werken is Ons Doel’ beloofde te zorgen voor de noodzakelijke ‘versterkende middelen’.

“Was het toch tot heden niet treurig, dat, terwijl alom in den lande tal van vereenigingen den strijd tegen de tuberculoze hadden aangebonden, hier niets gedaan werd deze ziekte, die … hier menig slachtoffer maakt, tegen te gaan?” schreef de Urker Courant in 1914.  De lighal zou een uitkomst zijn voor patiënten die niet naar een sanatorium konden: “Met de middelen waarover we hier op Urk zullen kunnen beschikken, zal het niet kunnen worden een dagverblijf … maar meer eenvoudig eene gelegenheid waar patiënten een ligkuur door kunnen maken.”

Whatsapp image 2025 08 31 at 14.28.25
Het Witte Kruisgebouw dat in 1937 na veel inspanning werd geopend (foto Vrienden van Urk)

Die lighal kwam er, maar pas na 1931. Toen kreeg het Witte Kruis een eigen gebouw in Wijk 4 (achter de Oude Bakkerij). Hier was ruimte voor een röntgenapparaat, een kantoortje voor bezoekend longarts Dr. Offringa en een kamer met zo’n tien bedden voor tbc-patiënten.

Gerookte paling en fruit

Uit jaarverslagen blijkt dat het Witte Kruis voor de oorlog patiënten op Urk ondersteunde met wijkverpleging, het uitlenen van verpleegartikelen, inclusief hoogtezonapparaten, het regelen van plekken in sanatoria en hulp en transport bij overlijden.

Een andere dameskrans, Het Goede Doel, steunde de kruisvereniging hierbij. Zij haalde geld op door middel van bazaars. Het Goede Doel werd in 1931 geïnitieerd door de 15-jarige Jacoba Brouwer. Jacoba was een ervaringsdeskundige: ze lag tien jaar lang, bijna haar hele leven, ziek op bed. Vlak voor haar overlijden nodigde ze een twintigtal vrouwen uit en stuurde een geldverzoek naar de winkeliers. De opbrengst was zó bevredigend dat de vrouwen na Jacoba’s dood het bestrijden van tbc voortzetten.

Het Goede Doel bezocht patiënten thuis en in sanatoria en voorzag hen niet alleen van gerookte paling en fruit, maar ook van noodzakelijke spullen: kussens, dekens, reiswiegen, etc.  De leden reisden regelmatig in Urker klederdracht naar Sonnevanck, waar zij de patiënten een hart onder de riem staken. Langzaam maar zeker groeide het lijstje goede doelen uit: gehandicapten- en bejaardenzorg, Witte, Groene en Rode Kruis, en zelfs projecten in Polen en Ethiopië.

Decennia lang produceerden de actieve dames handgemaakte kwaliteitsproducten, die op verkopen van de hand werden gedaan. Bij het 50-jarig bestaan in 1981 bleek dat ze op deze manier al 100.000 gulden hadden ingezameld. 

Screenshot (101)
Leden van Het Goede Doel op bezoek bij een patiënt in Harderwijk (foto Vrienden van Urk)

Hoewel tbc sinds de komst van antibiotica na de oorlog beter te genezen was blijkt uit archiefstukken dat het Witte Kruis ook in 1959 nog patiënten ondersteunde, bijvoorbeeld door hun kosten vergoed te krijgen door het landelijk tbc fonds. 

Screenshot (102)
In 1959 ontvingen tbc patiënten nog ondersteuning vanuit het Verpleegfonds dankzij de inzet van het Witte Kruis (archief Vrienden van Urk)