De tante naar wie ik ben vernoemd, Anna Anholts-de Vries, was de eerste Urker vrouw met een vrachtwagenrijbewijs. Heel stoer reed ze als jonge vrouw in een Opel Blitz op en neer naar Kampen en ging de huizen langs met verse groenten en fruit. Dat geschiedenis nooit een rechte, opgaande lijn is, bewijst mijn stoere tante. Want voor mij en mijn zusjes was het allesbehalve vanzelfsprekend dat we ons groot rijbewijs zouden halen.

“Vind je het nou echt bijzonder dat ik in 1956 mijn vrachtwagenrijbewijs haalde?”, vraagt tante Anna, over wie ik al eerder schreef, wel drie keer voordat ze erover wil vertellen. Ik vind het razend interessant, niet in het minst omdat pas in juni dat jaar de handelingsonbekwaamheid van vrouwen werd afgeschaft. Zonder dat ze zich daarvan bewust was kon Anna toen pas zonder toestemming van haar vader rijlessen nemen.

Whatsapp Image 2024 02 04 At 15.59.31
Anna (rechts) maakt samen met vader Hendrik een praatje met buren bij twee vrachtauto’s en een taxi van H. de Vries Vrachtvervoer (prive collectie)

En bovendien, in 1956 reden nog maar amper vrouwen een personenauto, laat staan een vrachtwagen. Toen in 1959 de eerste Daf 600 auto’s van de band rolden en de fabrikant deze aan Nederlands eerste burgemeester Truus Smulder wilde aanbieden, bleek dat zij geen rijbewijs had. De marketingstunt werd toch doorgezet en de boodschap was duidelijk: iedereen kon een Daf besturen, zelfs een vrouw… De lage score voor vrouwelijke chauffeurs zou nog lang duren. In 1985 had slechts 13 procent van de vrouwelijke 65-plussers een rijbewijs, tegenover 53 procent mannen.

In de genen

Tante Anna is nu 85 en rijdt nog dagelijks in haar Mini Cooper, als het moet op en neer naar Friesland of Zuid-Holland. Ze groeide op in het bedrijf van vader Hendrik de Vries in de Prins Hendrikstraat. Transport zat in haar genen: opa Jan de Vries (beter bekend als Jantje de Paardenboer) bevoorraadde Urk, nog een eiland, met paard en wagen van waren en bouwmaterialen.

Jantje De Paardenboer
Jantje de Paardenboer (Jan de Vries) op zijn paard bij de bouw van een muur door krijgsgevangenen tijdens de Eerste Wereldoorlog. Mijn overgrootopa leverde zand en stenen (prive collectie)

Zoon Hendrik werd in 1920 agent van de Eerste Urker Stoomboot Maatschappij (EUSM). Hij zorgde ervoor dat het transport van mens en materiaal van en naar het eiland op rolletjes liep.  Toen door de inpoldering het vrachtvervoer over het water afnam, schakelde hij over op rijdend transport. Hij verzorgde de Van Gent & Loos bodedienst op Kampen, haalde groenten van de Kamper veiling en vervoerde vismeel van de Urker vismeelfabriek door heel Nederland.

Of dat nog niet genoeg was initieerde Hendrik taxivervoer met een chique Buicks, Chrysler en/of Pontiac, vooral naar sanatoria en ziekenhuizen.

66319920 1302722619900918 943895732757200896 O
Beelden van het transportbedrijf van Hendrik de Vries (prive collectie)

Anna was enigst meisje en had vier broers. “Ik was echt one of the boys, liep graag in een broek of overall. Niet alle familieleden waren daarvan gecharmeerd. Als ik door de Torenstraat flaneerde schoot ik snel een rok over mijn broek aan”, herinnert tante zich.

Als jong meisje reed Anna al mee met oudere broers en neven als zij ritjes deden: “Soms moesten ze ’s nachts naar Limburg en moest ik mee om ze wakker te houden. De jongens vonden dat maar niks, want ik mèèkte (praatte) de hele rit, maar het hielp wel.”

Anna
Anna als jonge vrouw op het balkon in de Prins Hendrikstraat (prive collectie)

Geen ophef

Er werd dan ook weinig ophef van gemaakt toen Anna liet weten haar rijbewijs te willen halen. Anna: “Het kwam niet in me op dat ik geen vrachtwagenchauffeur kon worden. Ik deed met broer Meindert een wedstrijdje wie het eerst zou slagen. Ik had een voorsprong want ik was ouder.” Toen ze als achttienjarige in een kindertehuis in Hellendoorn kwam te werken, gaf ze zich meteen op: “Ik nam vijf lessen of zo deed toen examen. Dat stelde toen weinig voor, in een paar weken had ik mijn groot rijbewijs.” Anna werd door het kindertehuis meteen ingezet: ze was chauffeur als er een trouwerij was en ging met een huurauto met collega’s op stap.

Anna Vrachtauto
Anna als stoere chauffeur in overall bij de ‘Dagdienst Urk – Kampen’ (prive collectie)

Anna kwam terug op Urk met haar roze papiertje en werd al snel aan het werk gezet door vader Hendrik. De bestemming was doorgaans Kampen, waar ze voor Van Gent & Loos pakjes bracht of ophaalde, of de groenteveiling bezocht. Op Urk bezorgde ze groenten in het Oude Dorp. Anna: “Kinderen vonden niks leukers dan op de auto te springen en hangend aan de open laadbak een rondje door de dorp te rijden. Het kwam toen niet in me op dat dit gevaarlijk kon zijn – ik reed natuurlijk ook niet zo hard. Tot op de dag van vandaag komen mensen naar me toe. ‘Ik weet nog goed dat ik bij jou aan de vrachtauto hing’, vertellen ze dan enthousiast.”

Whatsapp Image 2024 02 04 At 16.34.13
De Chrysler taxi, die Anna bestuurde (Foto Hendrik de Vries, prive collectie)

Hoewel ze binnen het gezin niet anders werd behandeld omdat ze een meisje was, gold dat niet voor haar ooms. “Hoe kun je nou chauffeur worden”, zeiden die, “je bent enigst meisje en moet voor je moeder zorgen”. Anna: “Mijn moeder drong er bij me op aan om te doen wat ik graag wilde. Ze had zelf weinig kansen gehad en was uiteindelijk naaister geworden.”

Onderweg in cafés reageerde ook niet iedereen positief. “Zat je daar als enige meisje in je eentje koffie te drinken. Dan voelde ik me wel bekeken. Ik had ook wel sjans natuurlijk”, aldus Anna.

Dominees en professoren

Naast vrachtvervoer werd Anna ingezet in het personenvervoer. In de Jaren 60 heerste op Urk tuberculose en werden veel patiënten opgenomen in Sanatorium Sonnevanck in Harderwijk. Anna en haar broers brachten en haalden de familieleden. Ook vervoert ze dominees en professoren die op Urk komen preken. Anna: “Hele gesprekken voerde ik met ze, vreselijk interessant vond ik dat.”

Schermopname 62
Bezoek van leden van ‘Het Goede Doel’ aan tbc-patienten in Harderwijk rond 1956 (Vrienden van Urk)

Op een dag moest Anna dorpsgenoten naar een trouwerij brengen en kreeg ze een ongeluk. “Ik herinner het me als de dag van gister. Ik reed een hoogte op en plotseling reed een grote zwarte auto op ons in. De opoe van de bruid en ik zaten onder het glas. De oude vrouw werd naar het ziekenhuis gebracht;  ik was totaal van slag.” Anna bezocht haar, al huilend. “Och kind, hou op, je kon er immers niks aan doen”, zei de vrouw. “Het was het grootste drama van mijn jeugd”, zegt Anna.

Anna stopte met het werk toen ze in Engeland als kindermeisje in een tehuis aan de slag ging. Daar stopte ze niet met rijden. Ze haalde haar Engelse rijbewijs en maakte, linksrijdend, uitstapjes naar verschillende delen van het land.

Volk van Hendrik van Jantje

Mijn vader, Meindert de Vries, nam het transportbedrijf in 1963 over. Ik vroeg hem pas nog eens hoe hij het vond dat zijn zus een vrachtwagen bestuurde.
“Ik heb het nooit vreemd gevonden”, zegt hij, “we waren volk van Hendrik van Jantje en dat betekende dat je reed. Dat vond ik logisch en volgens mij alle Urkers. Het was toen heel gewoon dat meisjes ook hard werkten. Wij zagen ze niet als zwakker, eerder als sterker.”

Img 9653
Hendrik en Lubbetje de Vries met hun kinderen en kleinkinderen. Anna rechts staand, Lucia zitend links voor (prive collectie)

En toch, toen ik opgroeide was het minder vanzelfsprekend. Als dochters maakten we vrachtauto’s schoon en reden mee naar school of werk als het zo uitkwam. Maar we mochten geen heftruck rijden, iets waar in elk geval zus Judith en ik van droomden.

Voor ons waren grotere dingen weggelegd. Urk had in de Jaren 80 prima verbindingen, er werd goed verdiend en er was degelijk gereformeerd vervolgonderwijs in Meppel en Zwolle. Vader had graag verder willen leren, maar kreeg niet de kans. En dus moesten wij hogerop. Het bedrijf overnemen, dat mocht zeker wel, maar zelf chauffeur worden zat er niet in.

En dus maakten we in het weekend de trucks schoon en werkten in vakanties in de bloembollen en horeca. Judith behaalde later heel stoer samen met buurmeisje Lilian, ook dochter van een transporteur, haar heftruckcertificaat.

Af en toe kijken we nog wel eens verlangend naar zo’n imposante vrachtauto. En naar onze stoere tante Anna en haar Rijbewijs C.